Het ware verhaal van Zwarte Kaat en de Heksenboom in Bladel

Arts en schrijver Jan Renier Snieders
Zo’n kleine tweehonderd jaar geleden leefde er in Bladel een arts die ook schrijver was. Zijn naam was Jan Renier Snieders en hij hield zielsveel van de volkscultuur en het landschap van de Kempen die hem inspireerden tot het schrijven van veelgelezen romans en novellen. In 1852 werd zijn eerste roman “Het kind met den helm” uitgegeven en daarin maken wij kennis met Zwarte Kaat een meedogenloze vrouw met lang zwart haar en een grote krachtige neus. Hieronder lees je daar meer over!
De Heksenboom in Bladel
De Heksenboom is een monumentale beuk op Landgoed Ten Vorsel, ten zuiden van Bladel in Noord-Brabant. Deze prachtige boom heeft een vrij korte stam en grillig gevormde takken. De boom werd in 2019 verkozen tot Nederlandse Boom van het Jaar en is bijna 18 meter hoog met een kroonbreedte van meer dan 20 meter en een stamomtrek van zo'n drie meter.
Het leek mij een leuk idee om verschillende illustraties te maken bij het verhaal van Jan Snieders en deze te verwerken in een andere tekening van deze boom. Hier vind je het resultaat.
Het kind met den helm
Op Driekoningenavond 1596 zaten Zwarte Kaat, haar man Rosse Bruno en zijn trouwe hond in hun armoedige onderkomen in Hellenend, het beruchte gehucht op de heide tussen Bladel en Hulsel. Samen met enkele handlangers vormden Zwarte Kaat en Bruno de kern van een roversbende die de streek onveilig maakte.

Zwarte Kaat steelt de kleine boorling
Die avond keerde de leider van de bende -Terus- terug van de hoeve van Ten Vorsel. Hij had zich daar voorgedaan als arme zwavelkramer en zo toegang gekregen tot de hoeve. Daar hoorde hij dat Dirk ten Vorsel een uur eerder voor de tweede keer vader was geworden. Ook ving hij op dat het kind ‘met een helm’ was geboren. Vanwege de geboorte waren twee knechten er op uitgestuurd om het nieuws aan familie en verwanten over te brengen, waardoor de hoeve volgens Terus minder goed bewaakt was dan anders. Ideaal om op rooftocht uit te gaan.
Maar voor Zwarte Kaat was het bericht over het helmkind van groter belang. In het volksgeloof gold een kind dat met de helm geboren werd als een gelukskind met bijzondere gaven. Op de hoeve ging bovendien het verhaal rond dat de baby een rood kruisvormig vlekje op de borst droeg. Voor Kaat waren dat tekenen dat dit kind de bende geluk kon brengen. Daarom besloot zij dat de baby ontvoerd moest worden.
Citaat:
Een oogenblik! zei zijn zwarte wederhelft, en met haar scherpen blik deed zij den Rosse wederom nederzitten; met een Helm geboren worden, is iets zeldzaams, en een buitengewoon geluk... een Helm kan toekomende dingen voorzeggen; ja, ja! hij leest in de toekomst, hij ziet in het pikdonker... hij is overal eenvoudig met het te willen... hij heeft de geesten tot zijn dienst... hij kent de plaatsen waar rijkdommen verborgen liggen... hij is onverwinbaar, altijd gelukkig, en deelt zijn geluk mede aan diegenen, welke met hem omgaan... dat is de Helm!
De ontvoering en de doop in Postel
Nog diezelfde nacht overvielen Zwarte Kaat, Rosse Bruno, Terus en verschillende bendeleden de hoeve. De onverschrokken Dirk ten Vorsel bood dapper weerstand, maar tevergeefs. De hoeve werd leeggeroofd en het pasgeboren kind werd meegenomen. De rovers trokken naar Postel en omdat een ongedoopt helmkind volgens Zwarte Kaat geen waarde zou hebben, besloten zij het te laten dopen door pater Bernardus die ook de broer -en evenbeeld- van Dirk ten Vorsel blijkt te zijn.

Onderzoek en brand in Hellenend
Pater Bernardus ziet dat het kind een gouden medaille om de hals draagt. Wanneer hij om de helft vraagt, breekt Terus -die zich niet op zijn gemak voelt bij de imposante Pater- het sieraad in tweeën. Eén deel blijft bij Bernard, het andere houdt de bende zelf. Als de bende vertrokken is, ziet de pater dat het wapen van Ten Vorsel op de medaille afgebeeld staat en beseft dat er iets vreselijks gebeurd moet zijn op de hoeve. Eenmaal buiten, beseft het drietal dat 'die satansche medalie' hen nog wel eens aan de galg kon helpen. Daarom was het beter om te vluchten en pas terug te keren als alles weer een beetje vergeten zou zijn.
Dood van een trouwe hond
Na de overval wordt in de omgeving en met name in Hellenend naar de daders gezocht, maar hard bewijs wordt daar niet gevonden. Tijdens dit onderzoek, schiet Dirk ten Vorsel de geliefde hond van Bruno dood, die het gehucht fel verdedigt en de gerechtsdienaars niet wil laten naderen. Voor Rosse Bruno is dat onvergeeflijk. Zodra hij hoort wat er met zijn hond is gebeurd, zweert hij dat hij zich ooit op Ten Vorsel zal wreken. Wanneer kort daarna ook nog brand uitbreekt in Hellenend, krijgt Dirk ook daarvan de schuld, al schrijft Snieders nadrukkelijk dat hij daar niets mee te maken had. Zo krijgt de haat tegen Ten Vorsel steeds meer voeding.
De negenjarige Gutwald
In de jaren die volgen, groeit de jongen op onder de naam Gutwald en samen met de bende zwerft hij jarenlang door Holland en Duitsland om uiteindelijk terug te keren naar Hellenend.
Gutwald is een opvallend knappe negenjarige jongen. Hij is sterk, snel en gezond, met donkere krullen en levendige ogen. Ondanks zijn gezelschap, is hij geen wild kind. Gutwald is geduldig, zachtaardig en vaak stil. Liever zoekt hij de eenzaamheid op, waar hij kijkt, luistert en zwijgt. De driftbuien van Zwarte Kaat en de harde woorden van Bruno en Terus verdraagt hij meestal zonder verzet. Maar wanneer hij echt onrecht voelt, verandert hij plotseling. Dan wordt hij fel en onbevreesd, zo fel zelfs dat Bruno soms voor hem terugdeinst.

Plattegrond. Waar staat de Heksenboom in Bladel? Waar ligt Helleneind? En het landgoed Ten Vorsel? Klik op de afbeelding voor een vergroting
De bende zorgt goed voor hem, niet zozeer uit liefde, maar omdat zij hem als waardevol beschouwt. Terus leert hem lezen en schrijven en geeft hem op zijn eigen verdraaide manier les in wat hij de plichten van een mens noemt.
Tijdens een wandeling op 'een heerlijken zomerdag' ontmoet Gutwald bij toeval Bernard, die inmiddels de pastoor van Bladel is. Bernard weet niet dat de jongen zijn neef is en herkent hem ook niet als het kind dat hij jaren eerder in Postel heeft gedoopt. Toch ontstaat er meteen een bijzondere band. In Gutwald ziet hij geen slechte jongen, maar een kind dat nooit heeft geleerd wat goed en kwaad is. Hij spreekt hem vriendelijk toe, leert hem bidden en raakt steeds sterker aan hem gehecht. Gutwald zoekt hem daarna in het geheim steeds vaker op. Wanneer Zwarte Kaat dat ontdekt, vreest de bende dat Bernard hem van hen zal losmaken. De volgende ochtend vertrekken Zwarte Kaat, Bruno en Terus met Gutwald uit Hellenend.
De confrontatie

Op een maanverlichte avond trok een opgehitste menigte naar de Vorselsche Hoeve. Er werd geroepen dat Dirk zijn vrouw slecht behandelde en daarom ‘in de ploeg’ moest. Dat was een wrede vorm van volksgericht, waarbij een man die zijn vrouw mishandelde als trekdier voor een ploeg werd gespannen. Snieders laat tegelijk zien hoe wankel die beschuldiging is. Wanneer iemand uit de menigte vraagt wie het eigenlijk heeft gezien, komt er geen bewijs. Er wordt alleen geroepen dat de buurt er vol van is en dat iedereen het weet. Het gerucht is genoeg om de menigte verder op te jagen.
Bij de hoeve begrijpt Dirk pas wat hem te wachten staat. Hij verdedigt zich fel, maar tegen de overmacht kan hij niet op. Hij wordt geslagen, gekrabd en met stenen bekogeld, tot hij nauwelijks nog op zijn benen staat. Toch sleuren ze hem overeind, wringen hem een paardengebit in de mond en dwingen hem de ploeg voort te trekken. Terwijl Dirk bezwijkt, blijft Zwarte Kaat de woede aanwakkeren. Ze noemt hem een vrouwenplager, de oude dwingeland van het dorp, de vervolger van Hellenend en zelfs brandstichter. Op haar aanstoken slaat Rosse Bruno toe. Dirk stort neer in het bebloede spoor van de ploeg. De menigte stuift geschrokken uiteen. Alleen Gutwald blijft achter bij de stervende man.
Dat zal hem leeren, ging zij voort; den hoogmoedigen President-Schepen van vroeger dagen; dat zal hem leeren, brave lieden te vervolgen, met de galg te dreigen en hunne arme hutten te vernielen! Ha, ha! Gij zijt heden de groote man niet meer van voorheen; uw rijk is ten einde, gevreesde bloedzuiger! Zult gij morgen nog eens onze huizen komen afbranden, zooals gij voorheen gedaan hebt?... Brandstichter?
Toe Bruno, sla er op; eer hij gaat liggen.
Gutwald breekt met de bende
Na de dood van Dirk raakt ook Gutwald in levensgevaar. Omdat hij als enige bij het lichaam van Ten Vorsel wordt aangetroffen, wordt hij nog diezelfde nacht opgesloten in de kelder van de vorster (de plaatselijke gerechtsdienaar). Zwarte Kaat probeert hem over te halen om te vluchten, maar Gutwald weigert. Hij wil liever sterven dan terugkeren naar Hellenend en noemt de mensen bij wie hij is opgegroeid moordenaars.

Wanneer Dirk wordt begraven, houdt Gutwald zich schuil in het kreupelhout bij het kerkhof. Die nacht knielt hij bij het graf om te bidden. Daar wordt hij gevonden door Zwarte Kaat, Rosse Bruno en Terus en de laatste richt zijn karabijn op Gutwald en schiet. De jongen wordt in de borst geraakt, maar overleeft de aanval. Zwaargewond sleept hij zichzelf naar pastoor Bernard, die in zijn onschuld gelooft en hem onder zijn hoede neemt.
Het gevecht op de zolder
Jaren later probeert de bende opnieuw in Postel haar slag te slaan. Terus wil onrust zaaien bij de armenuitdeling, zodat de rovers in de chaos het Godshuis kunnen plunderen. Hun eigenlijke doel is een klein kamertje onder het dak, waar volgens hem vaten vol zilvergeld en dukaten verborgen staan. In Postel duikt ook Hendrik ten Vorsel weer op als de nieuw benoemde drossaard (plaatselijk bestuurder met gerechtelijk gezag). Op de zolder van het Godshuis komt het tot een fel gevecht en wanneer Rosse Bruno Hendrik wil doden, grijpt Gutwald in en redt daarmee zonder het te weten, zijn eigen broer. Pas daarna beseft hij wel dat hij Hendrik, de zoon van Ten Vorsel, heeft gered.
Na Gutwalds plotselinge verschijning raken Zwarte Kaat en haar mannen in paniek. Ze denken aan de kracht van de Helm en vergeten zelfs de geldkamer waarvoor ze gekomen waren. Bruno, Terus, Bord en Quint vallen kort daarna in handen van de ruiters. Zij worden ter dood veroordeeld en opgehangen aan de oude kastanjeboom bij de kloosterpoort. Zwarte Kaat weet dan nog te ontkomen.
Terus behoudt zijne ongelooflijke onbeschaamdheid. Eenmaal onder de vrije lucht, en in de nabijheid van het volk, krijgt Bruno zijn vroegere stoutmoedigheid terug; zijn afschuwelijke trekken hernemen de kenmerken zijner dierlijke driften; zijn oogen blikkeren als voorheen, en schijnen een baldadige uitdaging in het rond te werpen.
--
De soldaten die de rooversstevig vasthebben,staan stil bij den ouden kastanjeboom aan de kloosterpoort. Tegen een zwaren zijtak staan vier ladders, en vier koorden met stroppen van onder zijn er aan vastgemaakt.
Eenige schreden van den boom zitten de kloosterlingen geknield te bidden; voor wie? Voor de bestormers, de plunderaars van het Godshuis. Terwijl zij nog voortbidden, hangen de vier booswichten reeds tusschen Hemel en Aarde.
De ontknoping

Hendrik's moeder was niet minder dan hij met Gutwald ingenomen; de goede vrouw gevoelde, wanneer zij met hem sprak, een onbeschrijflijk genoegen, en de streelendste gewaarwordingen vervulden haar hart, wanneer zij den zwierigen jongman daar zag heenstappen. Ja, dan rees er iets geheimzinnigs in haar geest op, dat haar zeide: ‘Heb ik dien jongen niet meer gezien?...Zoo was bijna den ongelukkigen Ten Vorsel, toen ik hem voor de eerste maal ontmoette; ook zoo mannelijk en fier en toch zoo goed en braaf’!
Na het gevecht in Postel blijft Gutwald nog enkele dagen op de Vorselsche Hoeve. Bernard raadt hem aan terug te keren naar het Godshuis, maar Gutwald kan zich niet losmaken van de familie. Hendrik, die door hem is gered, raakt aan hem gehecht. Ook Liza voelt een onverklaarbare band met de jonge Hellenender. In zijn houding en uiterlijk herkent zij iets van haar gestorven man, zonder te begrijpen waarom.
Voor Gutwald wordt dat steeds moeilijker. Hij voelt zich thuis op de hoeve, maar tegelijk schaamt hij zich voor wat hij denkt te zijn: de zoon van Rosse Bruno en Zwarte Kaat. Tijdens een wandeling met de familie en pastoor Bernard wordt het hem dan ook te veel. Hij noemt zichzelf een zwerveling uit Hellenend, een roverszoon, iemand die niet in dit huis thuishoort.
Op dat moment verschijnt Zwarte Kaat onverwacht uit het bos. Ze is nauwelijks nog dezelfde vrouw als vroeger. Niet brutaal en uitdagend, maar ziek, somber en gebroken. Wanneer Gutwald zichzelf de zoon van Zwarte Kaat noemt, roept zij dat hij haar zoon niet is. Ze wijst naar Liza en zegt dat híj het kind met de helm is, en dat Liza zijn moeder is. Daarna overhandigt zij Bernard het stuk van de gebroken medaille dat de bende al die jaren heeft bewaard.
Bernard haalt het andere deel tevoorschijn, dat hij sinds de doop in Postel bij zich heeft gehouden. De twee stukken passen op elkaar. Wanneer Liza daarna ook het rode kruis op Gutwalds borst herkent, valt alle twijfel weg. Gutwald is het kind dat in de Driekoningennacht van de hoeve werd geroofd. Liza huilt van geluk, waarna zij hem als haar zoon herkent:
o, God!... Ja, ja, het is mijn zoon, mijn kind! huilde de ontstelde moeder.
- Mijn broeder, mijn broeder! riepen Hendrik en Eliza, terwijl zij Gutwald weenend om den hals vlogen.
Gutwald viel in onmacht, en toen hij na eenige minuten de oogen opende, en dezelve in vervoering in den kring liet rond waren, zuchtte hij stil:
- O, mijn hart heeft het mij dikwijls gezegd!... Moeder, broeder en zuster! En gij, mijn weldoener, oom Bernard! En zijn hoofd in de handen verbergend nokte hij:
vader, vader!
Zwarte Kaat roept nog eenmaal over de Driekoningennacht en wijst in de richting van Postel, waar Bruno en Terus inmiddels aan de boom zijn opgehangen. Daarna verdwijnt ze in het dennenbos.
Het einde van Zwarte Kaat

Zwarte Kaat wordt vastgeketend opgesloten in een vertrek van de Dingbank, waar gevangenen en veroordeelden werden vastgehouden. Volgens Snieders is zij dan al niet meer de trotse, dreigende vrouw van eerder. Ze is ziek, angstig en buiten zichzelf. De dorpsbewoners kijken door de ramen naar binnen en spreken over hekserij, de duivel en razernij. Bernard komt haar nog bezoeken, maar hij kan niets meer voor haar doen.
Snieders laat doorschemeren dat haar instorting al eerder is begonnen. Ze heeft Gutwald, van wie men dacht dat hij dood was, levend zien terugkeren. Ze heeft gezien hoe hij Hendrik redde en hoe Bruno, Terus, Bord en Quint aan de oude kastanjeboom werden opgehangen. De angst, haar schuldgevoel en het besef dat haar eigen einde nadert, breken haar.
Uiteindelijk sterft Zwarte Kaat niet op het schavot, maar in gevangenschap. In een gruwelijke scène wordt boven haar cel een zwaar gevuld bed klaargemaakt en door een opening in de zolder op haar neergelaten. Kort daarna wordt haar lichaam naar buiten gesleept en op een eenzame plek begraven. Enige tijd later plant men op haar graf een jonge eik (heester). Volgens Snieders stond op die plek in zijn jeugd nog een boom die het Heksenboompje werd genoemd.
Met een stem door den doodsangst uit haar keel getrokken, huilde zij:
- Ellendige beulen! Gaat gij mijsmachten? Hulp! Genade! Vergeving!
Ach, Bruno en Terus,
waar zijt gij?
Woordje achteraf
Van roman naar volksverhaal:
Dankzij Snieders levendige beschrijvingen van de Kempense dorpen, bossen en gebruiken schoot dit verhaal wortel in de lokale verbeelding en werd het al snel als echt beleefd. Wat begon als fictie groeide in anderhalve eeuw uit tot regionale folklore, waarbij elementen werden toegevoegd zoals het verhaal dat haar geest nog steeds door de Kempense bossen zou zwerven.
Dat zie je ook aan de namen. In moderne navertellingen heet de geroofde jongen vaak Thomas, terwijl hij volgens Snieders bij zijn doop in Postel de naam Bernardus krijgt en later opgroeit als Gutwald. Ook de oudere zoon van Ten Vorsel heet bij Snieders Hendrik, terwijl hij in sommige moderne versies Floris wordt genoemd.
Waarom dat zo is, heb ik niet kunnen achterhalen.
Ook de afloop van Zwarte Kaat wordt vaak anders verteld. In veel latere versies sterft zij op het schavot, terwijl Snieders haar in gevangenschap laat sterven. In dit verhaal heb ik geprobeerd om zoveel mogelijk de versie van Snieders te volgen.

Leuke route die wij al een paar keer hebben gelopen. Bij punt 13 vind je de Heksenboom. Klik op de afbeelding voor een vergroting. In de tekst vind je ook een link waarmee je het gpx-bestandje kunt downloaden.
Van Zwarte Kaat naar Heksenboom:
Wil je de Heksenboom eens met eigen ogen bekijken?
Download dan hier de GPX-route van onze Heksenboomwandeling -zie plaatje
De grillig gevormde beuk op Landgoed Ten Vorsel dateert uit circa 1890, dus eeuwen na de veronderstelde dood van Zwarte Kaat. Maar een knoestige boom die alleen op de hei staat vraagt om een verhaal. De legende vond de boom, of de boom vond de legende. Sindsdien zijn ze onlosmakelijk met elkaar verbonden.
Eigenlijk was Zwarte Kaat geen heks

Fictie als erfgoed en attractie
In Bladel wordt de geschiedenis van Zwarte Kaat dankbaar omarmd. De ANWB zette een fietsroute uit, er is Zwarte Kaat-bier en jaarlijks gaan zo'n drieduizend kinderen mede door dit verhaal op ontdekkingstocht door het bos.
Op de Markt in Bladel staan twee beelden. Het oudste, uit 1985, toont haar als een klassieke heks met puntmuts, ontworpen na een succesvolle toneeluitvoering door de plaatselijke toneelvereniging. Het nieuwe beeld, onthuld op 29 mei 2025, kiest een andere invalshoek: kunstenaar Ed Mol zette haar neer als een eigentijdse, trotse vrouw met een diepe verbondenheid met de natuur. Geen booswicht, maar een vrouw die geniet van haar vrijheid.
Volledig uitgewerkte tekening:

